Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2017

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Westvoorne
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2017
CiteertitelVerordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. art 226 Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-2017 n.v.t. Onbekend 20-12-2016 GVOP/Weekblad Westvoorne 143564/143664 

Tekst van de regeling

Raadsbesluit 2016

Nr. 143564/143664

De raad van de gemeente Westvoorne;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2016

gelet op artikel 226 van de Gemeentewet:

B E S L U I T:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2017.

Artikel 1. Belastbaar feit

Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.

Artikel 2. Belastingplicht

  1. 1.

    Belastingplichtig is de houder van een hond.

  2. 2.

    Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.

  3. 3.

    Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Artikel 3. Vrijstellingen

  1. 1.

    In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid van het Besluit houders van dieren.

  2. 2.

    De belasting wordt niet geheven terzake van honden:

    1. a.

      die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;

    2. b.

      die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden;

    3. c.

      die verblijven in een hondenasiel;

    4. d.

      die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid van het Besluit houders van dieren;

    5. e.

      die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden.

Artikel 4. Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Artikel 5. Belastingtarief

  1. 1.

    De belasting bedraagt per belastingjaar:

    1. a.

      voor een eerste hond € 60,96

    2. b.

      voor een tweede hond € 121,86

    3. c.

      voor iedere hond boven het aantal van twee € 121,86

  2. 2.

    In afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 265,91 per kennel.

  3. 3.

    Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.

Artikel 6. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  1. 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  2. 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog kalendermaanden overblijven. Bij aanmelding voor de 16e van de maand is de belasting voor de volledige maand verschuldigd, aanmelding vanaf de 16e van de maand met ingang van de volgende maand.

  3. 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50. Bij afmelding voor de 16e van de maand is de belasting niet meer verschuldigd over de lopende kalender maand, afmelding vanaf de 16e met ingang van de volgende maand.

  4. 4.

    Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven.

Artikel 9. Termijnen van betaling

  1. 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aansla gen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  2. 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt in geval het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen hondenbelasting of andere heffingen meer is dan € 45,-- en minder dan € 3500,-- en er een machtiging tot automatische incasso is af- gegeven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen, waar van de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen tel kens een maand later.

  3. 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de leden 1 en 2 gestelde termijnen.

Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de hondenbelasting.

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel

  1. 1.

    De “Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2016" van 15december 2015, wordt ingetrokken met ingang van het derde lid genoemde datum van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  2. 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van bekendmaking.

  3. 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

  4. 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening hondenbelasting 2017”.

Sluiting

Aldus besloten in de openbare vergadering

van 20 december 2016

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

Raad in beeld

U kunt zowel de gemeenteraadsvergaderingen als de commissievergaderen live thuis volgen.

U kunt vergaderingen raadplegen.

Daags na de vergadering kunt u de opname terugkijken via de audio/video-player.

Zodra een vergadering is verwerkt tot een digitaal verslag kunt u de vergadering op agendapunt- en sprekerniveau raadplegen.

Representatie BenW

Representatielijst college

Organisatie
U bevindt zich op: Home > Organisatie > Verordeningen