Parkeerverordening Westvoorne 2015

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Westvoorne
Officiële naam regelingParkeerverordening Westvoorne 2015
CiteertitelParkeerverordening
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 149 en 225 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-04-2015 n.v.t. Onbekend 31-03-2015 Weekblad Westvoorne Onbekend

Tekst van de regeling

Afdeling I.. Definities en begripsomschrijvingen

De raad van gemeente Westvoorne

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10-2-2015;

gelet op artikel 149 en 225 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;

B E S L U I T:

vast te stellen de volgende Parkeerverordening Westvoorne 2015.

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. a.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westvoorne;

  2. b.

    RVV 1990: Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (26 juli 1990, Stb. 459);

  3. c.

    parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, in het RVV 1990;

  4. d.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

  5. e.

    houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens, danwel degene waarvan door middel van een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan worden aangetoond dat hij of zij verantwoordelijk is voor het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven;

  6. f.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten , voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  7. g.

    centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Westvoorne een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon;

  8. h.

    parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarop slechts tegen betaling van parkeerbelasting danwel met een daartoe verleende vergunning of ontheffing mag worden geparkeerd;

  9. i.

    belanghebbendenparkeerplaats: een parkeerplaats die:

  10. a.

    is aangeduid met bord E09 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of

  11. b.

    gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E09 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

  12. j.

    parkeervergunning: een door of namens het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenparkeerplaatsen;

  13. k.

    vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend;

  14. l.

    autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;

  15. m.

    autodateplaats: een belanghebbendenparkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate.

  16. n.

    autodate aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt;

  17. o.

    deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft gesloten inzake autodate.

Afdeling II.. Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningbewijzen

Artikel 2

  • 1.

    Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die mede bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid.

  • 2.

    Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan.

  • Artikel 3

  • 1.

    Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een parkeervergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenparkeerplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.

  • 2.

    Het college kan (aanvullende) regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning.

  • 3.

    Een parkeervergunning kan worden verleend aan:

    1. a.

      een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie I);

    2. b.

      een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II);

    3. c.

      een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie III).

  • 4.

    Het college kan in bijzondere gevallen een parkeervergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.

  • 5.

    Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven parkeervergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie vaststellen.

  • 6.

    Het college kan aan een parkeervergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een parkeervergunning voor categorie III kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

  • Artikel 4

  • 1.

    Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een parkeervergunning.

  • 2.

    Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier wekenverlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

  • Artikel 5

  • 1.

    Een parkeervergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend.

  • 2.

    Een parkeervergunning wordt op kenteken gesteld.

  • 3.

    De parkeervergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    1. a.

      de periode waarvoor de parkeervergunning geldt;

    2. b.

      het gebied waarvoor de parkeervergunning geldt;

    3. c.

      het kenteken van het motorvoertuig of overige kenmerken van het motorvoertuig waarvoor de parkeervergunning is verleend.

  • Artikel 6

  • 1.

    Een parkeervergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder door verhuizing, bedrijfsbeëindiging of anderszins niet meer voldoet aan de door het college vastgestelde criteria voor vergunningverlening.

  • 2.

    Een parkeervergunning vervalt van rechtswege indien het motorvoertuig waartoe het kenteken behoort van eigenaar verwisselt.

  • 3.

    Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:

    1. a.

      op verzoek van de vergunninghouder;

    2. b.

      wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de parkeervergunning is verleend;

    3. c.

      wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning;

    4. d.

      wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen of wordt gewijzigd;

    5. e.

      wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan de betalingsverplichting voor zijn parkeervergunning heeft voldaan;

    6. f.

      wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften;

    7. g.

      wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;

    8. h.

      om redenen van openbaar belang.

  • Afdeling III.. Verbodsbepalingen

    Artikel 7

  • 1.

    Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenparkeerplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

    1. a.

      zonder parkeervergunning;

    2. b.

      in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften en beperkingen.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

  • Artikel 8

    Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.

    Artikel 9

  • 1.

    Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan:

    1. a.

      op een parkeerapparatuurplaats;

    2. b.

      op een belanghebbendenparkeerplaats;

    3. c.

      op een gehandicaptenparkeerplaats (aangegeven met bord E06).

  • 2.

    Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

  • 3.

    Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

  • Afdeling IV.. Strafbepaling

    Artikel 10

  • 1.

    Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.

  • 2.

    De vergunninghouder die opzettelijk handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • Afdeling V.. Overgangs- en slotbepalingen

    Artikel 11

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.

    Artikel 12

    Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening Westvoorne 2015.

    Artikel 13

    Deze verordening treedt in werking op 1 april 2015.

    Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 31 maart 2015.

    De voorzitter,

    De griffier,

    Raad in beeld

    U kunt zowel de gemeenteraadsvergaderingen als de commissievergaderen live thuis volgen.

    U kunt vergaderingen raadplegen.

    Daags na de vergadering kunt u de opname terugkijken via de audio/video-player.

    Zodra een vergadering is verwerkt tot een digitaal verslag kunt u de vergadering op agendapunt- en sprekerniveau raadplegen.

    Representatie BenW

    Representatielijst college

    Organisatie
    U bevindt zich op: Home > Organisatie > Verordeningen