Algemene subsidieverordening 2011

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Westvoorne
Officiële naam regelingAlgemene subsidieverordening 2011
CiteertitelAlgemene subsidieverordening 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpverstrekken subsidies

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, artikel 149

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
21-09-2011 n.v.t. Onbekend 20-09-2011 Westvoornse Courant Onbekend

Tekst van de regeling

Algemene subsidieverordening 2011

De raad van de gemeente Westvoorne;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 augustus 2011;

gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en titel 4.2. van de Algemene wet

bestuursrecht;

besluit vast te stellen de volgende verordening;

Algemene subsidieverordening 2011

Aldus besloten in de openbare vergadering

van 20 september 2011

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder een:

  1. Gemeente: de gemeente Westvoorne.

  2. Gemeenteraad: de gemeenteraad van Westvoorne.

  3. College: het college van burgemeester en wethouders van

    Westvoorne.

  4. Awb: Algemene wet bestuursrecht, zoals opgenomen in het Staatsblad nr.1 van 1998 en alle daaropvolgende wijzigingen en aanvullingen.

  5. Instelling: een rechtspersoon, als bedoeld in Boek 2 van het

    Burgerlijk Wetboek, met volledige rechtsbevoegdheid, die zonder winstoogmerk aantoonbare activiteiten

    ontplooit ten behoeve van inwoners van de gemeente Westvoorne.

  6. Professionele instelling: een instelling waarvan de taken voornamelijk worden uitgevoerd door een of meer personen in dienst op grond van een landelijke CAO of een anderszins gereguleerde arbeidsovereenkomst en die als zodanig door het college is aangewezen.

  7. Activiteit: een bezigheid van een instelling ter verwezenlijking van haar doelstelling en die zo mogelijk in meetbare termen wordt uitgedrukt.

  8. Activiteitenplan/-programma: een overzicht van voorgenomen activiteiten, waaruit blijkt welke doelstellingen, in overeenstemming met gemeentelijk beleid, men beoogt te realiseren, alsmede het aantal deelnemers dat naar verwachting zal deelnemen aan die activiteiten.

  9. Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde

    activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het college geleverde goederen of diensten (artikel 4:21, eerste lid van de Awb).

  10. Subsidiejaar: het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

  11. Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies krachtens deze verordening (art. 4:22 van de Awb).

  12. Subsidiecategorie: de volgende subsidies worden onderscheiden:

Waarderingssubsidie: een subsidie die verstrekt wordt als waardering voor het uitvoeren van activiteiten,

ongeacht de feitelijke kosten.

Stimuleringssubsidie: een subsidie ter stimulering voor de uitvoering van activiteiten specifiek voor jeugdleden.

Budgetsubsidie: een subsidie die verstrekt wordt ter

uitvoering van activiteiten, waarbij vooraf het aantal

subsidiejaren, de objectieve subsidiecriteria en de wijze waarop de bijstelling van het budget plaatsvindt, is

bepaald.

Structurele subsidie: een subsidie voor een activiteit met een voortdurend of periodiek karakter.

Incidentele subsidie: een subsidie voor uitvoering of stimulering van activiteiten, die het karakter hebben van een éénmalige activiteit of een experiment of project van bepaalde tijd. De subsidie kan voor ten hoogste vier jaren worden verstrekt.

  1. Werkterreinen: Hieronder worden de volgende werkterreinen verstaan:

    1. Cultuur

    2. Jeugd- en jongerenwerk

    3. Sport

    4. Welzijn en zorg

  2. Beleidsregels: Voor de werkterreinen bij besluit vastgestelde algemene regels, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het

    gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

  3. Subsidieverlening: de voorlopige vaststelling van een subsidie.

  4. Subsidiebeschikking: een schriftelijk besluit tot subsidieverlening, waarin in ieder geval de maximale hoogte van de subsidie, een omschrijving van de uit te voeren activiteiten en

    eventuele andere dan uit deze verordening

    voortvloeiende voorwaarden worden vermeld.

  5. Subsidieovereenkomst: een overeenkomst die op basis van artikel 4:36 van de Awb kan worden gesloten ter uitwerking van de

    subsidiebeschikking.

  6. Subsidievaststelling: een schriftelijk besluit waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en dat aanspraak geeft op betaling van het vastgestelde bedrag.

  7. Jeugdlid: een persoon, die op 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, contributie betaalt voor het lidmaatschap en actief lid is van de instelling.

  8. Loonindexcijfer: het percentage dat volgens CAO-afspraken moet worden betaald door professionele instellingen.

  9. Prijsindexcijfer: het landelijke percentage dat jaarlijks door het college ter zake wordt toegepast.

  10. Reserve(s): de algemene of bestemmingsreserves die onverminderd het bepaalde in artikel 4:72 van de Awb

    (egalisatiereserve) blijken uit de balans van de instelling.

Artikel 1.2. Reikwijdte

Deze verordening is van toepassing op alle subsidiëringen door de gemeente, indien en voor zover er geen door de gemeente uit te voeren bekostigingsregeling van het Rijk, de provincie of een Gemeenschappelijke Regeling van toepassing is.

Artikel 1.3. Bevoegdheden

De bevoegdheid om te besluiten een aanvraag niet verder in behandeling te nemen of om

een subsidie te weigeren in een van de gevallen, genoemd in artikel 3.4, is gedelegeerd aan het college.

Artikel 1.4. Beleidsregels

Door middel van beleidsregels kunnen activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt nader worden bepaald, alsmede andere criteria, die voor die verstrekking gelden. Deze beleidsregels worden vastgesteld door het college.

Artikel 1.5. Subsidieplafond, verdelingscriteria en financiële positie gemeente
  1. Het subsidieplafond is gelijk aan het beschikbare budget dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor subsidieverstrekking (per kostensoort /grootboekrekening).

  2. Het college bepaalt de wijze van verdeling van de subsidiebedragen binnen de vastgestelde beleidskaders.

  3. Indien naar het oordeel van de raad of het college de financiële positie van de gemeente daartoe aanleiding geeft, kan men bij de subsidieverlening afwijken van de grondslagen tot subsidieverlening.

  4. Het subsidieplafond en de wijze van verdeling van de subsidies wordt bekend gemaakt voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld.

Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag

Artikel 2.1. Termijn van indiening

  1. Een aanvraag voor een structurele subsidie dient jaarlijks vóór 1 augustus voorafgaand aan het subsidiejaar te worden ingediend. Het college kan in bijzondere gevallen uitstel verlenen van die termijn. Voor het indienen van de aanvraag kan het college een formulier voorschrijven.

  2. Een aanvraag voor een incidentele subsidie wordt ingediend uiterlijk 8 weken voor uitvoering van de activiteit.

  3. Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste en tweede lid genoemde termijn.

Hoofdstuk 3. Subsidieverlening

Artikel 3.1. Beschikkingstermijn

  1. Het college deelt het besluit op de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2.1 uiterlijk binnen zes weken na vaststelling van de gemeentebegroting mee aan de instelling. Voor incidentele subsidies als bedoeld in artikel 2.1 lid 2 geschiedt dit binnen 6 weken na

    ontvangst van de aanvraag.

  2. Het besluit tot subsidieverlening vermeldt naast het bepaalde in artikelen 4:30 en 4:31 Awb in ieder geval:

    1. welke verplichtingen aan de subsidie zijn verbonden.

    2. of er bij de aanvraag tot subsidievaststelling een accountantsverklaring dient te worden overgelegd.

Hoofdstuk 4. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 4.1. Doeleinden

De subsidieontvanger zorgt er voor dat:

  1. doeleinden, gesteld in het jaarprogramma, op doelmatige wijze worden nagestreefd.

  2. de werkzaamheden op een zodanige wijze worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd.

  3. de subsidie op een doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.

Artikel 4.2. Verplichtingen

Het college kan onverminderd het bepaalde in artikel 4:37 van de Awb een instelling verplichtingen opleggen die betrekking hebben op:

  1. het aantal effectieve uren dat een beroepskracht moet besteden aan het werken met vrijwilligers of gebruikers

  2. de groepsgrootte

  3. de openingstijden van een accommodatie

  4. de registratie van het gebruik van accommodaties

  5. het doelgroepenbeleid

  6. de eigen bijdragen van de leden/gebruikers

  7. andere voorwaarden die tot doel hebben de effectiviteit of kwaliteit van de activiteiten te bevorderen

  8. de wijze waarop de activiteitenplannen en begrotingen moeten worden vormgegeven en ingediend

  9. de maximale stijging van aangewezen begrotingsposten

  10. de hoogte van de contributiegelden

  11. de aanstelling van beroepskrachten en de arbeidsvoorwaarden

  12. de inzet van uitzend- en detacheringkrachten.

Artikel 4.3. Administratie

De subsidieontvanger zorgt er voor dat:

  1. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd.

  2. de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de instelling.

  3. van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn.

  4. op verzoek van het college inzage wordt verleend in de boekhouding en administratie en gevraagde inlichtingen worden verstrekt die verband houden met de subsidiëring.

  5. uit de administratie op eenvoudige wijze een overzicht kan worden verkregen van de bezittingen, vorderingen, schulden en exploitatieresultaten.

Artikel 4.4. Wijziging van omstandigheden
  1. De subsidieontvanger brengt wijzigingen in de statuten, reglementen, bestuurssamenstelling en de financiële positie, voor zover zij weet of behoort te weten dat de wijziging van belang is voor de beoordeling van de aanvraag, verlening of vaststelling van de subsidie, onverwijld schriftelijk ter kennis van het college.

  2. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het college van overige omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden relevante stukken overgelegd.

Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling

Artikel 5.1. Termijn van indiening

  1. De ontvanger van een subsidie dient binnen twaalf weken na afloop van het subsidie tijdvak of na beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend een aanvraag in tot vaststelling.

  2. Het college kan uitstel verlenen van de in lid 1 genoemde termijn.

Hoofdstuk 6. Uitbetaling en bevoorschotting

Artikel 6.1. Bevoorschotting

Vooruitlopend op de vaststelling van de subsidie kan het college voorschotten verlenen.

Artikel 6.2. Betaling

Onder verrekening van de betaalde voorschotten wordt de vastgestelde subsidie binnen 12 weken na de bekendmaking van de subsidievaststelling betaald.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1. Ontheffing

  1. Het college treft in alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet of onduidelijk is, de nodige voorzieningen en/of neemt de nodige beslissingen.

  2. Het college kan in kennelijk onbillijke gevallen van één of meerdere artikelen uit deze verordening afwijken.

Toelichting

TOELICHTING BEHORENDE BIJ DE ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING (Asv) 2011

vastgesteld in de openbare raadsvergadering op 20 september 2011

1. Inleiding

De keuze is gemaakt om de meeste bepalingen uit de subsidie-titel (titel 4.2) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet in de verordening op te nemen behalve enkele kernbepalingen. Het inhoudelijk subsidierecht wordt gevormd via beleidsregels. Het uitgangspunt is dat door het gemeentebestuur verstrekte subsidies een wettelijke grondslag krijgen in de Asv. In bijzondere gevallen kan een specifieke verordening in het leven worden geroepen. Dit soort situaties kan zich voordoen indien er een duidelijke reden is om van de regelingen van de Asv af te wijken.

Een dergelijke reden kan zijn dat de termijnen van aanvraag en verstrekking van subsidie anders dienen te liggen dan in de Asv bepaald, indien een wet in formele zin eist dat er een aparte verordening in het leven wordt geroepen voor deze specifieke subsidies of indien het onderwerp van een dergelijke subsidie zo bijzonder is dat dit zich niet goed leent voor regeling in de Asv.

2. Bevoegdheden

Het primaat ligt, in het Kader van de Wet dualisering gemeentebestuur, bij het college. Uiteraard behoudt de raad het budgetrecht, alsmede het recht om op hoofdlijnen het subsidiebeleid te bepalen.

In het dualistische systeem kan de gemeenteraad vooraf kaders stellen voor het beleid met zijn budgettaire en regelgevende functie en achteraf de uitvoering controleren met alle hem ter beschikking staande controle-instrumenten. Het college neemt de uitvoering van het beleid op zich. De gemeenteraad stelt de algemene kaders vast waarbinnen de subsidies verleend moeten worden. Het college mag binnen dat kader subsidies verstrekken, vaststellen, wijzigen en intrekken. De controle van het gebruik van de bevoegdheden kan op de gebruikelijke weg geschieden, bij de behandeling van de jaarrekening.

3. Artikelsgewijze toelichtingArtikel 1.1, sub i subsidiebegrip

Uitgangspunt is de wettelijke definitie uit artikel 4:21 Awb.

Artikel 1.2: Reikwijdte

De Algemene subsidieverordening (Asv) heeft als uitgangspunt dat die geldt voor alle subsidiebesluiten. Het college kan hierop een uitzondering maken.

Artikel 1.5: Subsidieplafond

Het subsidieplafond is bedoeld om te voorkomen dat er subsidiebedragen moeten worden betaald waarvoor geen of onvoldoende gelden beschikbaar zijn. Het budgetrecht blijft het primaat van de raad. Binnen die geldelijke kaders kan het college werken met subsidieplafonds en nader uit te werken verdelingscriteria.

Artikel 1.7: Algemene uitgangspunten

Subsidies worden verstrekt op grond van gemeentelijk beleid en / of op basis van het geld dat in de begroting is gereserveerd.

Artikel 3.4: Weigeringsgronden

De Awb kent twee soorten weigeringsgronden:

  1. de verplichte (art. 4:25 lid 2) bij het bereiken van het subsidieplafond;

  2. de facultatieve (art. 4:35).

De raad heeft de bevoegdheid nadere weigeringsgronden op te nemen. Daartoe biedt dit artikel de juridische basis.

De opsomming (a t/m h) die onder weigeringsgronden genoemd wordt, is niet limitatief.

Het college kan derhalve ook weigeren op andere gronden.

De gevraagde subsidie kan bijvoorbeeld ook worden geweigerd:

  1. wanneer subsidie wordt gevraagd voor eigen consumpties

  2. indien de activiteiten behoren tot de normale bedrijfsvoering waarvoor geen subsidie noodzakelijk is

  3. wanneer subsidie wordt aangevraagd door instellingen die (voornamelijk) winst beogen.

Artikel 3.5: Reserves

Over het algemeen zullen instellingen (bestemmings)reserves moeten kunnen opbouwen.

Dit wordt meestal ook geaccepteerd en kan in bepaalde gevallen zelfs als voorwaarde worden gesteld. Er kunnen zich echter situaties voordoen dat de gevraagde subsidie niet meer in verhouding staat tot de opgebouwde reserves. In dat geval moet het mogelijk zijn om hiermee rekening te houden bij het vaststellen van de hoogte van de subsidie.

In feite is dit ook geregeld in artikel 3.4 (inzake weigeringsgronden) sub c waarin is bepaald dat subsidie kan worden geweigerd wanneer de aanvrager zelf in de kosten van de activiteiten kan voorzien, bijvoorbeeld uit eigen middelen.

Artikel 5.3: Aanvraag tot vaststelling en de beslistermijn

Het is de bedoeling dat de subsidiebesluiten worden genomen door het college binnen de budgetten die de raad verstrekt. De Awb opent de mogelijkheid tot een sterke vereenvoudiging van de afdoening van aanvragen. Artikel 4:43 regelt de mogelijkheid om bij één en hetzelfde besluit de subsidie te verlenen en het bedrag daarvan vast te stellen. Conform spraakgebruik wordt dit samengestelde besluit in de verordening aangeduid als ‘enkele subsidievaststelling’. In beleidsregels kan worden vastgesteld wanneer deze procedure van toepassing is.

Betaling en terugvordering

De Algemene wet bestuursrecht kent een aparte afdeling over betaling en terugvordering, namelijk 4.2.7.

Vrijwilligersorganisaties die structureel worden gesubsidieerd, ontvangen in april van het betreffende subsidiejaar 80% voorschot op de verleende subsidie. De vaststelling van de subsidie dient 12 weken na afloop van het subsidie tijdvak of na beëindiging van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend te worden aangevraagd (in afwijking van artikel 4:47 Awb). Dit betekent dat voor vaststelling van subsidies per kalender omstreeks de tweede helft van maart de vaststelling dient te worden aangevraagd. Na de vaststelling van de subsidie (besluit van het college binnen 13 weken na de aanvraag tot vaststelling) wordt de resterende 20% binnen 4 weken uitbetaald.

Raad in beeld

U kunt zowel de gemeenteraadsvergaderingen als de commissievergaderen live thuis volgen.

U kunt vergaderingen raadplegen.

Daags na de vergadering kunt u de opname terugkijken via de audio/video-player.

Zodra een vergadering is verwerkt tot een digitaal verslag kunt u de vergadering op agendapunt- en sprekerniveau raadplegen.

Representatie BenW

Representatielijst college

Organisatie
U bevindt zich op: Home > Organisatie > Verordeningen